Verleg je wandelgrenzen
gr5

Route-impressie GR5

Week A: Hoek van Holland - Bergen op Zoom

114/112 km 

Hoek van Holland is de startplaats van het Nederlandse deel van de GR5. In Maassluis wordt de Nieuwe Waterweg per veerboot overgestoken,waarna je per brug over het Calandkanaal, het Hartelkanaal en het Brielse Meer loopt. Het vestingstadje Brielle en de Oostvoornse duinen geven een mooi beeld van het voormalige eiland Voorne. Dankzij de Deltawerken kan er nu – ook te voet – gemakkelijk over de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden worden gereisd. Via de Haringvlietdam gaat het naar Goedereede en de Slikken van Flakkee. Meer dammen, dijken, bruggen en sluizen volgen tot je vlak bij Noord-Brabant op het “hoge land” terecht komt. De middeleeuwse vestingstad Bergen op Zoom is dan niet ver meer.


De Nieuwe Waterweg bij Maassluis en zicht op de toren van Brielle

Week B: Bergen op Zoom - Averbode (B)

139/132 km (31 juli t/m 7 aug. 2010)

Het bosrijke gebied ten zuiden en oosten van Bergen op Zoom vormt een mooie start van deze week. Aansluitend loop je door het prachtige natuurgebied Kalmthoutse Heide. Daarna ontkom je niet aan een agrarisch landschap, dat onderbroken wordt door stukken bos, heide en kanalen. Ook passeer je drie abdijen: Westmalle, Tongerlo en Averbode. Het zijn niet alleen bakens in het landschap, maar ook prachtige gebouwen-complexen. De paters brouwen er heerlijke bieren die je beslist moet proeven. De laatste dag eindigt in het land van Ernest Claes. De schrijver van de Witte van Zichem.

De Kaltmthoutse Heide en de Abdij van Averbode

Week C: Averbode (B) - Maastricht

117/108 km (7 t/m 14 aug. 2010)

De eerste dag al verandert het landschap. Via natuurreservaat Demerbroeken kom je in geaccidenteerd terrein. Het gaat bergop naar de bedevaartplaats Scherpenheuvel. Na de Kloosterberg loop je het vestingstadje Diest in met zijn prachtige begijnhof. Tussen Diest en Hasselt kom je in Belgisch-Limburg. Bos- en heidelandschap worden hier afgewisseld met uitgestrekte waterpartijen. Lanaken is de laatste Belgische plaats waar we overnachten, maar niet voordat we via het Albertkanaal naar de binnenstad van Maastricht hebben gelopen. Een mooie plek om het glas te heffen is natuurlijk het Vrijthof.

Een gezellig terras in Diest en de Mariabidplaats O.L.Vrouw van Lourdes (Lindenhof)

Week 1 en 2: Maastricht(N) - Ouren (B)

189 km

Maastricht verlatend via het Pieterpad, kom je op de Europese wandelweg GR 5 (of E2). Kanne is de eerste plaats in België en nog behorend tot Belgisch Limburg. Zo gauw je hier het Albertkanaal oversteekt kom je terecht in de provincie Luik en daarmee in Franstalig gebied. Door de Maasvallei is Visé vlug bereikt. Door het Land van Herve, met zijn uitgestrekte weilanden gaat het omhoog, maar ook omlaag. Via de bedevaartplaats Banneux kom je in de echte wouden rondom Spa. Eenmaal de stad met de bronnen achter de rug, klimt het tracé gestaag om uiteindelijk het karakter aan te nemen van een hoogveengebied. Bij gunstig weer openen zich hier voor de wandelaar mooie vergezichten. De "Fagne de Malchamps" ligt op het hoogste punt in het Ardennentraject (573 m). In het schilderachtige Ruy kruis je het dal van de Roannay. En na de volgende berg bereik je in Stavelot het dal van de Amblève. Tot Vielsalm loopt de GR5 door een gebied met dichte bossen. We belanden op Duitstalig grondgebied. De plaatsnamen en de nette dorpen met hun bolvormige torens bevestigen de overgang naar en andere cultuur.


Op weg naar Visé en Fagne-de-Malchamps

Week 3 en 4: Ouren(B) - Dudelange (L)

195 km

In Ouren starten we – hoe kan het ook anders - in het dal van de Our. Soms gaat het pad door dichte bossen onder langs het water. Maar geregeld gaat het pad omhoog om het dal van bovenaf te laten zien. Bij Vianden passeert de GR5 de ingang van de hoog boven het stadje gelegen burcht, ooit in het bezit van het huis van Oranje-Nassau. Als we het Ourdal verlaten hebben en de Sûre (dicht bij Diekirch) zijn overgestoken, liggen de Ardennen achter ons. “Klein Zwitserland” wordt het gebied genoemd, waar rotsformaties zorgen voor een uniek stuk GR5. Via trappen, kloven en bruggetjes bereiken we Echternach, het pelgrimsoord met zijn beroemde springprocessie. Na Echternach wordt het dal van de Sûre gevolgd, eerst in oostelijke, later in zuidelijke richting. Vóór Wasserbillig, waar de Sûre in de Moezel uitkomt, bereiken we de eerste wijngaarden. Hoogteverschillen worden overbrugd met trappen, waarvan sommige met meer dan 500 treden! Als we de laatste wijngaarden verlaten zitten we in de zuidoostpunt van Luxemburg (vlakbij Schengen) en lopen we westwaarts over een glooiend plateau met afwisselend bossen, weilanden en akkers naar Dudelange.


Klein Zwitserland
en de moezelvallei

Week 5 en 6: Dudelange (L) - Salonnes (F)

212 km

De eerste dag wordt de grens met Frankrijk definitief overgestoken. We zijn dan in het land van de rode aarde. De ijzerhoudende ondergrond heeft hier gezorgd voor ijzer- en staalindustrie, maar op ons bosrijke pad blijft dit grotendeels verborgen en de enkele aanblik op het industriële verleden is ook nog indrukwekkend. De stad Metz laat een rijk verleden zien en iets ten zuiden hiervan ligt bij Ars-sur-Moselle een aquaduct uit de eerste eeuw, als een soort toegangspoort voor het wandelpad naar het regionaal natuurpark van Lotharingen. De GR5 doorloopt geen toeristisch gebied en dat geeft een prettig gevoel. Je maakt kennis met het gewone Frankrijk en dat is weer bijzonder. Middeleeuwse kerkjes, boerenhoeven en ingeslapen dorpjes. Deze rust is in de eerste wereldoorlog in ieder geval tijdelijk onderbroken geweest, getuige de resten van loopgraven, prikkeldraad, gedenkplaatsen en militaire kerkhoven. In Liverdun loop je door een oud vestingstadje en als in Custines de Moezel wordt overgestoken gaat de weg weer omhoog, om dit jaar te eindigen in de Saulnois, het land van het zout.


Liverdun
en Nancy

Week 7 en 8: Salonnes (Nancy) - Ribeauvillé

209 km

Na de overblijfselen van de uit de Romeinse tijd stammende zoutwinning kom je in een vlak gebied met uitgestrekte meren temidden van weiden en dichte bossen, een toevluchtsoord voor talrijke zeldzame vogelsoorten. Van ver zie je aan de horizon de donkere hellingen van de Vogezen verschijnen. De eerste lange klim brengt je naar de Donon met zijn Romeinse tempel en hier overschrijd je voor het eerst de 1000 m hoogtelijn. Ook twee andere markante punten van de Midden-Vogezen worden aangedaan: de Champ de Feu (1075 m) met zijn oude uitkijktoren en de Mont Sainte-Odile, een klooster uit de 7de eeuw boven op een berg. De GR5 komt daarna aan de oostzijde van het gebergte uit bij het wijnstadje Barr. Tussen de wijngaarden door lopend kom je in Andlau met zijn vele oude huizen. Daarna draait de route weer de bergen in om via het kasteel Haut-Koeningsbourg het pittoreske plaatsje Ribeauvillé te bereiken.


Le Donon en uitzicht in de Vogezen

Week 9 en 10: Ribeauvillé - St. Hippolyte

228 km

Vanuit Ribeauvillé gaat de GR5 verder over de toppen van de zuidelijke Vogezen, die hier "ballons" worden genoemd. Achtereenvolgens worden in het Regionaal Natuurpark de Grand Brézouard, de Hohneck, de Grand Ballon (met 1424 m de hoogste) en de Ballon d' Alsace bestegen. Lopend over de bergkammen (crêtes) waan je je op de top van de wereld. In Giromagny laat je de Vogezen achter je en volgt een relatief vlak gebied met meren, kanalen en - onvermijdelijk - grote steden met veel industrie. Maar veel zul je van dit laatste niet van merken, want de wandeling zoekt de dorpjes op, waar de wasplaats nog het centrale punt is en de dorpelingen de vriendelijkheid zelve zijn. De laatste etappe wordt in de Jura gelopen. Eindpunt St.-Hippolyte ligt aan de Doubs, de rivier die in 2008 een belangrijke leidraad vormt op weg naar het meer van Genève en de Alpen.


Afdaling van de Hohneck en Le ballon d'Alsace

Week 11 en 12: Sint-Hippolyte - Nyon

226 km (3 juli t/m 17 juli 2010)

De rivier de Doubs en de Zwitserse grens vormen lange tijd de leidraad voor deze Jura-weken. Eerst volgt de GR5 het beboste, rotsige en veelal vochtige rivierdal. Na de toeristische “Saut du Doubs” wordt het hooggelegen en dunbevolkte grensgebied opgezocht. Grote boerderijen met houten fassades en enorme schouwen laten zien dat het hier in de winter erg koud en verlaten kan zijn.
Vóór Mouthe bereik je het hoogste routepunt ten noorden van de Alpen: de Mont d’Or op 1463 meter. Daarna wordt afgedaald naar de bron van de Doubs; bruisend komt een grote hoeveelheid water uit de rotswand te voorschijn.
De volgende dagen laten dichte wouden en grazige bergweiden je een andere kant van de Jura zien. De laatste dag wordt het Meer van Geneve bereikt. Aan de overkant zijn bij helder weer de Alpen te zien. Ter inspiratie!


Kamperen te Cerneux
en het meer van Genève bij Nyon