Verleg je wandelgrenzen
gr5

GR5 de Alpen in

Het lopen van de GR5 door de Alpen vraagt 'meer' van de wandelaar.
Met de informatie op deze webpagina willen we je daarmee op weg helpen.
Hieronder vind je een aantal punten:

Ben je geschikt om de GR5 in de Alpen te lijf te gaan?

  • Om de Alpen van noord naar zuid te voet te doorkruisen moet je naast een gezond lijf en een goede conditie ook over de juiste eigenschappen beschikken.
  • Je moet avontuurlijk ingesteld zijn.
  • Je hebt ook moed nodig. Moed om je in het avontuur te storten, rotswanden af te dalen via gammele ladders, gezwollen rivieren over te steken via boomstammen en als een klimgeit steile berghellingen te lijf te gaan.
  • Je moet een spoorzoeker zijn. Steeds attent blijven op de te volgen streepjes of ze (weer) opzoeken als je ze al een tijdje kwijt bent.
  • Je moet je met weinig luxe tevreden kunnen stellen. Niet malen om een slechte matras in een vochtige slaapzaal of een ontbijt op de stoep van de supermarkt.
  • Een groot incasserings- en doorzettingsvermogen maakt het een stuk gemakkelijker. Dóórlopen in kou of regen en van geen opgeven weten is het uitgangspunt. Dagen lang op elkaars lip leven stelt soms hoge eisen aan je gemoed en je manier van handelen.
  • Daarmee ben je er nog niet. Er moet ook aan een aantal voorwaarden worden voldaan:
  • Je hebt medelopers nodig, zodat je je verveling kunt wegpraten op eindeloos lange wegen, elkaar kunt oppeppen in moeilijke tijden, ervaringen uit kunt wisselen en in geval van nood elkaar kunt helpen.
  • Je moet op de hoogte zijn van de gevaren en gevaarlijke situaties die je kunt verwachten
  • Je moet gewend zijn om flinke afstanden te lopen over bergachtig terrein, óók met rugzak.
  • Ook een goede uitrusting is onmisbaar; de onafscheidelijke “topoguides” voor de juiste weg en de andere route-informatie, goeie wandelschoenen, de lichtst mogelijke kleding, een passende rugzak, maar ook een lakenzak, Aspevenin, een tekenpincet, een koplampje en een nooddeken, om maar eens een paar dingen te noemen.
  • Tijd heb je ook nodig, niet alleen de tijd om te lopen, maar ook tijd om te reizen, tijd om vooraf je conditie op te bouwen en tijd om de hele zaak gedegen voor te bereiden.
  • Dat er ook geld nodig is laat zich raden; wandelpaden zijn weliswaar gratis toegankelijk, maar reizen, slapen, uitrusting, eten en drinken kosten – ook al doe je het soms nog zo primitief – geld.

Welke wandelgidsen heb je nodig?

Voor het hele Alpentraject heb je 4 boekjes nodig die het hele traject beslaan.

  • Du Léman au Mont Blanc - Tour des Dents du Midi

  • La Vanoise - Parc National de la Vanoise 

  • La Grande Traversée des Alpes et le Tour de l’Ubaye

  • Traversée du Mercantour Vallée des Merveilles

Voor wie de Franse taal niet echt machtig is, zijn er vertalingen in het Nederlands te bestellen. Voor meer informatie over de boekjes en de vertalingen: wandelgidsen GR5 Alpentraject.

Hoe vind je de GR5-route?

De GR5 volg je in de Alpen aan de hand van een van de vier wandelgidsen van de FFRP (zie hierboven).
De te volgen route is wit-rood gemarkeerd, met uitzondering van het gedeelte dat door Zwitserland loopt (tussen la Chapelle d’Abondance en Samoëns).Hier volg je de in Zwitserland gebruikte tekens; in dit geval een gele ruit op een zwarte ondergrond.

De GR5 en zijn varianten volgen in het algemeen bestaande en gemarkeer­de wegen: paden, paadjes, ezelspaden of stukken asfaltweg. Maar het tracé is in het terrein soms slecht zichtbaar, omdat de route over grasvlaktes, alpen­weiden, (kale) rotsen en soms sneeuw loopt. Ook zijn de markeringen niet altijd even zichtbaar of duidelijk. Je moet dus weten hoe je kaart moet lezen.
Houd op het kaartje in de wandelgids steeds bij waar je je bevindt. Lees eventueel ook de bijbehorende routebeschrijving.

Hierdoor weet je van te voren

  • wat je gaat zien en beleven (bijv. cols, afdalingen, rivieroversteken, bezienswaardigheden)
  • welke herkenningspunten (bijv. afslagen, riviertjes, hoogspanningslijnen) je waar en wanneer kunt verwachten,
  • hoe ver je nog te gaan hebt tot een rustplaats, watertappunt, refuge, e.d.
  • waar je (ongeveer) zit als je de weg kwijt bent.

De beschrijving en de rode lijn op de topografische kaartjes in de wandelgidsen corresponderen met de markeringen in het terrein. Echter, in geval van wegwijzigingen (nodig door wegwerkzaamheden, bos- en landbouw, enz.) volg je de nieuw aangebrachte markering, ook als die niet overeenkomt met de routebeschrijving en het kaartje.

Belangrijke aanpassingen zijn aangegeven op de internetsite www.ffrandonnee.fr onder de rubriek "Boutique" en dan "Mise à jour des Topos".

TIP 1

De kaartjes in de gidsen zijn in de regel met het noorden naar bovengeplaatst. Als dit niet het geval is, dan staat op de kaart aangegeven waar het noorden is. Een kompas kan goede diensten bewijzen om – als je je wilt oriënteren – de kaart in de goede richting te houden of als je in de richting wilt lopen die de beschrijving aangeeft. In de routebeschrijving staat soms aangegeven in welke windrichting de route gaat. Ook dan kan een kompas van pas komen.
ZO = halverwege zuid en oost
ZZO = halverwege Z en ZO

TIP 2

Soms staat in de tekst: “loop langs de linker(of rechter)oever”.
De linkeroever ligt links als men stroomafwaarts kijkt.
De rechteroever ligt rechts als men stroomafwaarts kijkt.

In welke periode kun je lopen?

Bij jaren met weinig sneeuwval kan vanaf eind mei gelopen worden, maar veel gîtes zijn dan nog gesloten. De periode van eind juni tot begin juli is het meest geschikt. De dagen zijn lang, de alpenweiden in bloei en de gîtes open. Van begin juli tot half augustus is de toevloed van wandelaars het grootst; september en oktober zijn aangenaam, met vaak heldere uitzichten, maar de dagen zijn korter en veel gîtes gaan begin september al dicht. Op de hogere delen van de route kun je dan ook al sneeuw verwachten.

Hoeveel kilometer of uur kun je per dag lopen?

De looptijden die in de gidsen staan aangegeven komen overeen met een wandeltempo van een gemiddelde wandelaar. Pauzes en andere stops worden daarbij niet meegeteld. In vlakke of bijna vlakke omgeving wordt uitgegaan van 4 km per uur. In de bergen wordt geteld op basis van 300 meter stijgen per uur en 400 à 500 meter dalen per uur. Kijk voor de hoogteverschillen in je wandelboekje. Voorin staan grafieken waarbij de hoogte is afgezet tegenover de afstand. De overnachtingsplaatsen staan er ook bij. Handig om je dagafstand te plannen. Voor iedereen geldt dat hij zijn looptempo moet aanpassen aan zijn fysieke mogelijkheden, het weer, het gewicht van zijn rugzak, enz.

Wat neem je mee?

Probeer zo min mogelijk mee te nemen. Houd de gevleugelde woorden “alles wat je thuis laat is mooi meegenomen” steeds in de gaten. Bij twijfel kies je spullen vanwege functionaliteit en gewicht, niet vanwege mode, kleur of gewoonte. Onderstaande lijst is als steun bedoeld; in de praktijk blijken er toch grote verschillen te bestaan in wat iemand mee wil nemen. Misschien heb je wel geen behoefte aan een fototoestel of gebruik je liever zeep dan babyshampoo. Klik hier voor een uitgebreide voorbeeld-paklijst: paklijst de GR5 te lijf

Waar kun je overnachten?

Langs de hele route van de GR 5 zijn overnachtingsgelegenheden, meestal gîtes of refuges (in de bergen), soms chambre d’hotes of hotels. De adressen van de refuges, gîtes en andere op wandelaars gerichte eenvoudige onderkomens staan in elke gids en website genoemd onder “hébergements” (overnachtingsgelegenheden). Demi-pension is een handige formule en je komt het vaak tegen. Je krijgt dan de overnachting (nuitée), avondmaal (dîner/repas) + ontbijt (petit-déjeuner). Je kunt meestal ook kiezen voor alleen een overnachting of een overnachting met ontbijt. Met name in de bewoonde wereld of wanneer er gelegenheid is om zelf te koken.

Het avondmaal omvat minimaal drie gangen, soms is de drank (wijn of water) inbegrepen. Het Franse ontbijt bestaat uit stokbrood, jam en koffie/thee/chocolademelk. Als je geluk hebt krijg je er een croissantje bij.

Gîtes, refuges en abri’s

Gîtes d’etape zijn overnachtinggelegenheden die in de bewoonde wereld liggen en exclusief zijn voorbehouden aan niet gemotoriseerde reizigers. Er zijn gîtes communal (van de gemeente), gîtes privé en gîtes van clubs, meestal de plaatselijke afdeling van CAF (Club Alpine Français). De gîtes bevinden zich vaak in privé huizen of oude gebouwen waarvan men tracht het traditionele karakter te behouden. De sfeer is er ongedwongen.

Gîtes rural moeten niet verward worden met gîtes d’étape. Gîtes rural zijn landelijk gelegen vakantiehuisjes en worden in het seizoen meestal per week verhuurd. Buiten het seizoen ook per weekend of midweek. Zelden voor één nacht.

Gîtes de séjour zijn gîtes d’étape waar je ook langer kunt verblijven, vaak heet het “gîte d’étape et de séjour”.

Refuges (letterlijk wijkplaats/toevluchtsoord) liggen in de bergen en waren oorspronkelijk primitiever dan de gîtes. Dat hoeft nu helemaal niet meer het geval te zijn. In de meeste refuges kan men tegenwoordig prima slapen en eten.

Abri’s zijn schuilhutten die onbemand zijn en waar men – op primitieve wijze – kan overnachten. Reserveren kan hier niet, neem je eigen slaapzak en eten mee. Voor de liefhebber.

Als je lid bent van een bergsportvereniging krijg je in sommige gîtes en refuges korting, meestal 10%.
Recente overzichten en gegevens van gîtes d’etapes en refuges vindt men op internet:

Chambres d’hotes en table d’hôtes

Vergelijkbaar met onze B & B of Bed & Botteram, dus bij particulieren slapen en ontbijten. In een table d’hôte kun je ’s avonds ook blijven eten, normaliter samen met de gastheer/vrouw. Het is dan natuurlijk handig, als je een woordje Frans spreekt.

Hotels

In de routebeschrijving wordt met een symbooltje aangegeven waar hotels zijn; meestal in de grotere plaatsen. Je komt veel hotels tegen in de laagste prijscategorie, vaak familiebedrijven in combinatie met restaurant, bar of winkel. De prijzen zijn naar Nederlandse begrippen laag, maar dat geldt ook voor het comfortniveau.

Campings

Het aantal campings in de Alpen is beperkt. In de routebeschrijving wordt met een symbooltje aangegeven waar campings zijn. Het zijn meestal eenvoudige kampeergelegenheden gelegen in de dalen. Wildkamperen (langer dan 1 nacht) is in Frankrijk verboden. Bivakkeren (kamperen voor 1 nacht) is van 19.00 tot 09.00 uur toegelaten (‘officieel’ op 1 uur wandel­afstand van openbare weg en 1 uur van grens van natuurparken verwijderd). Vaak is het mogelijk naast refuge of gîte je tentje voor één nacht op te zetten en gebruik te maken van de voorzieningen. Meestal moet je hiervoor een (klein) bedrag betalen. In de gids “la Vanoise” staat onder “hébergements” aangegeven welke refuges of gîtes dat zijn. Overbodig te zeggen dat je je kampeerplek achterlaat zoals je hem gevonden hebt, geen kampvuur aanlegt, enz. Kijk voor uitgebreide informatie op http://debbie.hiking-info.net/trekkingtips/id/wildkamperen_en_bivakkeren.

Het is verboden te kamperen in

  • nationale park La Vanoise, behalve bij bepaalde refuges en gîtes
    Het gebied is met een groene lijn omgeven op het overzichtskaartje
  • réserves naturelles
    De gebieden zijn op de kaart met een groene stippellijn omgeven (behalve het eerste deel, zie blz. 52)
  • sommige gemeentes (onder andere Bonneval-sur-Arc). 

Reserveren wordt aanbevolen in het hoogseizoen (begin juli tot eind augustus). Dit kan telefonisch, per e-mail of per brief. Om telefonisch te reserveren heeft men een behoorlijke kennis van het Frans nodig. Ook ligt er niet vast wat is gereserveerd en welke afspraken men heeft gemaakt. Beter kan men e-mailen of een brief schrijven. Een voorbeeldbrief in het Frans vind je door hier te klikken.

Wanneer je met meerdere personen bent kun je ook beter reserveren. Van de ene kant omdat de kans op een 'volle bak' groter is, maar ook omdat je dan onderweg geen onenigheid krijgt over welke refuge nog haalbaar is, over eerder stoppen in verband met regen, enz. De overnachting staat gewoon vast.
Meld bijtijds en in ieder geval voor 17.00 uur als je later of helemaal niet komt. Zorg dat je genoeg geld bij je hebt. Meestal kun je niet pinnen of met je creditcard betalen.

Indeling GR5 in trajecten

Als je de GR5 in de Alpen te lijf gaat, zul je voor een aantal keuzes komen te staan, hoe je de route gaat lopen. Om te beginnen zijn er al twee plaatsen waar je kunt starten: Thonon-les-Bains en St. Gingolph. Het aantal dagen dat je onderweg wilt zijn, kan je keuze bepalen. Als je hier klikt, vind je een mogelijke indeling op basis van bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Het voorbeeld krijg je verder uitgewerkt toegestuurd samen met de vertaling van de betreffende Franse routebeschrijving. Daar vind je ook uitgebreide informatie over de overnachtingsadressen.

Verklarende woordenlijst Frans-Nederlands 

Het is handig als je een beetje Frans spreekt, zodat je kunt onderweg wat kunt praten met de Fransen. Door hier te klikken kom je bij een elementaire woordenlijst, die je op weg helpt met het lezen van de routeboekjes.

Waarschuwingen

  • De beschreven wegen zijn zonder gevaar, behalve bij slecht weer (mist, sneeuw vaak ook in de zomer, onweer …) of buiten het goede seizoen. Een passage van een col of van een bergbeekje is gemakkelijk in de zomer, maar kan delicaat of zelfs gevaarlijk zijn als er sneeuw ligt of bij gladheid.
  • Op vochtige dagen of na een bui zijn rotsen en doorweekte grasplekken altijd glad; in de herfst ook door gevallen bladeren.
  • Informeer iedere dag vóór vertrek naar de weersvooruitzichten. Volg de raadgeving van de beheerders van de refuges. Zij kennen de regio en weten welke gevaren er kunnen optreden.
  • Vertrek vroeg, zo heb je speling als je vertraging oploopt. En bovendien vallen de meeste onweersbuien aan het eind van de middag.
  • Verdiep je van te voren in de dagelijkse route en houdt onderweg op het kaartje bij waar je zit. Zo kun je gemakkelijker reageren en corrigeren (fout lopen, weersomstandigheden, dagindeling).
  • Houd er rekening mee, dat je soms achter elkaar geen eten kunt kopen of geld kunt pinnen. Wil je kunnen betalen voor je overnachtingen moet je voldoende geld bij je hebben.
  • Een mobieltje is handig en je kunt er ook in noodgevallen gebruik van maken. In de bergen blijkt echter vaak geen bereik te zijn. Hoge plekken hebben eerder bereik dan lage.
  • Een alarmfluitje is daarom geen overbodige uitrusting. Als men in nood is geef dan het alpiene noodsignaal: 6x per minuut een fluitsignaal, afgewisseld met een minuut rust.
  • Blijf op het pad, snijdt geen haarspelden af en maak geen gebruik van afkortingen.
  • Deze zorgen voor het ontstaan van zich steeds verder uitdijende beddingen, ook door omlaag stromend water. De kwaliteit van de bodem en de vegetatie gaat hierdoor achteruit en het voortbestaan van de wandelpaden loopt gevaar.
  • Denk ook aan de mensen die het herstelwerk moeten uitvoeren; met houwelen en schoppen, vaak uren wandelen verwijderd van een parkeerplaats.
  • Denk er ook aan dat open vuur verboden is.
  • Honden, zelfs aan de lijn, zijn op veel plaatsen verboden.
  • In de nationale en regionale parken zijn de regels nog strikter dan op andere plaatsen. Vóór in de wandelgidsen zie je op de kaart waar die zijn.

En dan nog dit:

  • vertrek niet alleen als je niet heel zeker van jezelf bent
  • verlaat geen paden en houdt de markering in de gaten
  • waak er voor geen vallende stenen te veroorzaken
  • neem genoeg eten en vooral drinken mee voor onderweg
  • zorg voor een goede uitrusting
  • vertrek goed getraind, aangepast aan de zwaarte en lengte van het traject dat je wilt lopen.